Het plan voor een ‘Bomvrije kazerne voor 1 bataljon’ werd opgesteld door ingenieur C. Alewijn in 1827. In 1830 was het bouwwerk bijna volledig afgewerkt. De ‘Hollandse kazerne’ telde twee bouwlagen met elk veertien zalen. Deze op de verdieping hadden een stevig bakstenen booggewelf en waren afgedekt met een dikke aardelaag. De gelijkvloerse zalen hadden een stevige houten zoldering.

De kazerne herbergde honderden manschappen in de verschillende slaapzalen op het gelijkvloers en op de verdieping. Het imposante gebouw bood alle voorzieningen aan de manschappen, gaande van broodkamer tot wapenkamer.

Rond de eeuwwisseling van 1900 werden de houten gaanderij en zoldering vervangen door stenen constructies in tongewelven. Na de Tweede Wereldoorlog werd de aarden bedekking vervangen door lage daken. Door een gebrek aan onderhoud en interesse voor het gebouw, raakte het door slechte afwatering steeds meer in de verdrukking.

Dit volstrekt unieke gebouw werd beschermd monument in 1994. Het oefenterrein kreeg de status van stadsgezicht. Sindsdien werden heel wat plannen voor restauratie en herbestemming gesmeed.